Lezingencyclus Kunst Historische Salon in Kunsthuis Rosmalen, seizoen 2010/2011
26 oktober 2010: Het Parijs van Isis, de verborgen geschiedenis van een werelstad
door Karin Haanappel, kunsthistorica, docent en auteur
Parijs zou haar naam te danken hebben aan de Egyptische godin Isis. Maar wat doet Isis in Frankrijk en waarom weten wij niet meer dat Isis zo belangrijk was, dat zelfs Parijs naar haar is vernoemd?
Op 8 oktober verschijnt het boek 'Het Parijs van Isis', waarin auteur Karin Haanappel de sluiers over Isis laat verdwijnen. In dit boek neemt zij de lezer mee op ontdekkingstocht en onthult zij de sporen van Isis in Parijs. Het geheel is geïllustreerd met prachtige foto's van Bernd Haanappel.
Tijdens deze Kunst Historische Salonlezing zullen we eerst kennismaken met Isis, de grote Moedergodin in Egypte. Vervolgens reizen we met haar mee naar een eiland met de vorm van een boot, middenin de Seine: Par-Isis (nabij Isis). Waar en hoe werd zij vereerd? Wat is daar vandaag de dag nog van over? En vooral waarom weten wij dit niet meer? Ontdek het Egypte langs de Seine en maak (opnieuw) kennis met de Grote Moeder want Una, quae es omnia deia Isis - De Godin Isis is De Ene, die Alles is.
16 november 2010: Van Bouillabaisse tot Bruni / Marie & Guy
door Andy Arnts, schrijver, journalist en beeldend kunstenaar
Op 8 maart 2010 verscheen de verhalenbundel 'Van Bouillabaisse tot Bruni' - het eerste deel in de serie Een francofiel op reis, met reisimpressies, hommages en verhalen over Frankrijk.
Auteur Andy Arnts toont zich in zijn boek een scherp observator en een begenadigd verteller. Van het geheim van de wandelstok van Henri de Toulouse-Lautrec tot het ontroerende relaas over het verborgen leven van Camille Claudel is het boek een lust om te lezen.
Tijdens deze Kunst Historische Salonlezing zullen we kennismaken met zijn kijk op de Fransen, vol humor en ironie. Andy Arnts neemt ons mee naar de roerige periode van de Franse Belle Époque. We kijken en luisteren naar anekdotes uit 'Van Bouillabaisse tot Bruni' en het nog ongepubliceerde relaas van Marie & Guy. Zij was een talentvolle zangeres, schilderes en een gepassioneerd dagboekschrijfster. Haar naam: Marie Bashkirtseff, een jonge, Russische aristocrate met een enorme drang om onsterfelijk te worden. Een ijdelheid die uit tijdnood geboren was, want al vroeg weet Marie dat áls ze ooit beroemd wordt, zij dat zelf niet zal meemaken. Haar lichaam kwijnt weg door tuberculose en dus besluit ze alle creativiteit die ze nog bezit uit haar zieke lijf te persen en contact te zoeken met een zielsverwant. Haar keuze valt op een schrijver die zij erg bewondert: Guy de Maupassant. In maart 1884, een half jaar voor haar dood, schrijft de zesentwintigjarige Marie hem een anonieme brief. Niet vermoedende dat zij daarmee een van de meest komische correspondenties uit de Franse literatuurgeschiedenis in gang zet.
14 december 2010: Catharina de Grote en de gezonken schatten van de Vrouw Maria
door Ruud Priem, kunsthistoricus & conservator Museum het Valkhof
In de territoriale wateren van Finland liggen meer dan duizend wrakken uit verschillende perioden. Een ervan is van bijzonder belang: het wrak van een zogeheten ‘snauw’ in de Nauvo-archipel ten zuidwesten van het Finse vasteland, nabij Turku. Het ligt op een diepte van veertig meter en lijkt in goede staat te verkeren. Dankzij historische documenten en maritiem-archeologisch onderzoek weten we dat het gaat om het wrak van een Nederlands zeilschip, de Vrouw Maria.
De Vrouw Maria, een tweemaster, was een handelsschip dat in de herfst van het jaar 1771 onderweg was van Amsterdam naar Sint-Petersburg. In een stormachtige nacht leed het schip aan de rand van de Nauvo-archipel schipbreuk en zonk een paar dagen later. Volgens de aangiftegegevens van de Deense douane bij de Sont was het schip geladen met suiker, verfstoffen, zink en textiel, naast een vracht met los vrachtgoed waarvoor ongewoon hoge douanerechten moesten worden betaald. Die golden vermoedelijk de kunstschatten die de Vrouw Maria vervoerde en die bestemd waren voor Russische edellieden en de keizerin van Rusland, Catharina II (1762 – 1801). Catharina de Grote bracht gedurende haar leven een fantastische collectie kunstwerken bijeen, die zij kocht via tussenpersonen in heel Europa. De Vrouw Maria vervoerde een aantal in Amsterdam aangeschafte 17e-eeuwse Hollandse schilderijen, waaronder de belangrijkste meesterwerken van Gerard Dou en Paulus Potter. Bij het vertrek van de Vrouw Maria, waren deze kostbare werken met de grootst mogelijke zorg verpakt in loden kokers, luchtdicht gezekerd met hars. Ze bevonden zich niet bij het gedeelte van de lading dat meteen na de schipbreuk kon worden geborgen en gingen met de rest van de scheepslading ten onder. Omdat ander organisch materiaal in de extreme koude van de ijszee nagenoeg perfect bewaard bleef, is de gedachte verleidelijk dat ook Catharina’s kunstschatten niet voor altijd verloren zijn gegaan ...
Tijdens deze Kunst Historische Salonlezing krijgen we een kijkje achter de schermen want Ruud Priem is als wetenschappelijk adviseur betrokken bij een Fins-Russisch initiatief dat moet leiden tot een tentoonstelling over dit fascinerende onderwerp.
18 januari 2011: Gustave Caillebotte - Onbekend of miskend Impressionist?
door Sophie van Steenderen, kunsthistorica
Terwijl over tijdgenoten als Claude Monet, Auguste Renoir en Edgar Degas bibliotheken zijn volgeschreven, roept de naam van collega-Impressionist Gustave Caillebotte bij weinigen herkenning op. Zijn meesterwerken 'Rue de Paris: Temps de Pluie' en 'Les Raboteurs de parquet' zijn inmiddels weliswaar bekende schilderijen, over de maker ervan is weinig bekend. Dat is deste vreemder gezien het feit dat Caillebotte tot de spil van de groep van Impressionisten behoorde. Als zijn naam al genoemd wordt, dan is dat vooral vanwege zijn rol als mecenas voor de groep jonge schilders, niet vanwege de schilderijen die hij maakte.
Tijdens deze Kunsthistorische Salonlezing zullen we kennismaken met het leven en werk van Gustave Caillebotte. Maar belangrijker: we gaan daarbij op zoek naar de oorzaken voor zijn onbekendheid, of sterker nog, de oorzaken voor zijn miskenning. Want hoewel Caillebotte, al in de eigen tijd, maar zeker ook in de eeuw die daarop volgde, werd beschouwd als één van de meer behoudende Impressionisten, moet hij zondermeer gerekend worden tot de avantgarde.
Sophie van Steenderen is als kunsthistorica afgestudeerd op het werk van Gustave Caillebotte.
8 februari 2011: Op de thee bij Victoria
door Martine Kouwenhoven, literatuur - en theaterwetenschapper, socioloog, tolk & vertaler
Girlpower is een woord van het laatste decennium, maar het werd al meer dan honderd jaar geleden in praktijk gebracht. Wie het werkschema van een doorsnee gouvernante uit die tijd bekijkt, begrijpt waarom.....
Wat hield het leven in de Victoriaanse maatschappij in voor een vrouw? Hoe was het vrouwbeeld dat men toen had? Hoe was de verhouding tussen mannen en vrouwen in deze streng gereguleerde maatschappij? En waren vrouwen allemaal wel zo “victoriaans”? Aan de hand van een aantal prominente kopstukken proberen we dit te achterhalen. Er zijn genoeg vrouwen die helemaal niet zo onderdanig waren. Zo hebben we bijvoorbeeld Jane Austen met haar verfijnde ironie en een liefdevol maar scherp oog voor de zwakheden van haar medemens. Daartegenover staan de zusjes Emily, Charlotte en Ann Brontë, vol donkere passie en hartstocht en morele dilemma´s. In de schilderkunst zien we een stukje van het vrouwbeeld weerspiegeld in het werk van de Prerafaëlieten. Kortom, een buitengewoon interessante tijd om eens onder de loep te nemen. Tijdens deze Kunst Historische Salonlezing neemt Martine Kouwenhoven ons mee 'op de thee bij Victoria'.
8 maart 2011: van Venus tot Nana, het vrouwbeeld in de kunstgeschiedenis
door Karin Haanappel, kunsthistorica, docent en auteur
Wie bepaalt het beeld van de vrouw? Wat is de ideale vrouw? In de afgelopen eeuwen is het ideale vrouwbeeld steeds onderhevig geweest aan de smaakopvattingen van mannen. Dit heeft alles te maken met de sociaal-maatschappelijke status van mannen en vrouwen door de eeuwen heen. Vanaf het moment dat de maatschappij rond 2500 BC androcratisch (man-gedomineerd) wordt, verkrijgen mannen zeggenschap over vrouwen en bepalen de "aantrekkelijkheid" van vrouwen: zij zetten de ideale vrouw als een erotisch lustobject neer.
In de periode daarvoor, de gynocentrische (vrouw-gecentreerde) culturen was dat een heel ander verhaal, toen werd het vrouwelijke als hoogste godheid vereerd.
Wanneer het christendom opkomt, zie je het vrouwbeeld veranderen en mede door het dualisme onstaan er twee typen vrouwen: de maagdelijke Moeder Maria en de schandelijke verleidster Eva. Lange tijd is dit een bepalend beeld geweest. In de renaissance grijpt men terug op de klassieke oudheid (600 BC - 300 AD) en mag het vrouwelijk naakt naar hartelust worden weergegeven, mits zij Venus of een andere mythologische godin is. Het classicisme wordt tot standaard verheven en de populaire Venus wordt een "zwoele, sensuele, aantrekkelijke godin van de liefde" met als gevolg dat alle naakte prehistorische vrouwenbeeldjes die vanaf midden 19e eeuw worden gevonden als "barbaarse Venus" worden bestempeld .
Eind 19e eeuw komt de "femme fatale" op, de verleidelijke vrouw die mannen de afgrond in werpt. Interessant om te zien dat deze mannelijke blik op de vrouw parallel loopt met de eerste feministische golfbewegingen. De komst van de 20ste eeuw brengt weer een heel nieuw type vrouw met zich mee.
Tijdens deze Kunst Historische Salonlezing - op Internationale Vrouwendag - zal het vrouwbeeld in de kunstgeschiedenis centraal staan, vanaf de oudste beeldjes die wij aanduiden met “venussen” tot de “nana” beelden van Niki de Saint Phalle. Hoe wordt de vrouw weergegeven van 24.000 BC tot 2002 AD. Een scala aan kunstwerken en foto’s zal de revue passeren waarbij alle beelden in de context van de tijd waarin ze gecreëerd zijn, zullen worden geplaatst. We zullen ook ontdekken dat er een duidelijk verschil is tussen de mannelijke blik op vrouwen en de wijze waarop vrouwen zichzelf verbeelden. Karin Haanappel, schrijvende aan 'Herstory of Art', zal een nieuwe kijk op ons verleden (en heden) geven……
12 april 2011: Mythen van het atelier: zijn & haar werkplaats
door Karin Haanappel, kunsthistorica, docent en auteur
Bij velen heerst nog steeds een romantisch beeld over de kunstenaar en zijn atelier: zo zou de (mannelijke) kunstenaar een eenzaam genie zijn waarbij zijn atelier dient als een soort laboratorium voor zijn creatieve geest. Af en toe wordt hij bezocht door zijn Muze, die hem goddelijke inspiratie geeft. Het atelier is een geheimzinnige plaats, het is de ruimte waar verf, penselen en doeken samenkomen en veranderen in kunst. Het productieproces - dat voor de meesten van ons onzichtbaar blijft - is met mythen omgeven.
Dit romantische beeld stamt grotendeels uit de 19e eeuw toen kunstenaars op maatschappelijke en technische veranderingen reageerden door zichzelf en hun werk te presenteren als uitzonderlijk en verheven. Hun ateliers werden daarbij op grote schaal gebruikt om het publiek van hun imago te overtuigen. Sommige schilders portretteerden zichzelf als losbandige bohemiens in kale zolderateliers om te benadrukken hoe zij slechts leefden voor de kunst. Anderen bouwden hun ateliers om tot ware kunstenaarspaleizen vol fraaie antiquiteiten, waarin zij hun rijke klanten passend konden ontvangen.
Door vast te houden aan dit 19e eeuwse romantische beeld blijft niet alleen de mythe van het atelier overeind staan maar ook de mythe dat vrouwelijke kunstenaars niet vernieuwend zijn en in de schaduw van de mannelijke kunstenaars horen te blijven.
Karin Haanappel, oprichtster van het Instituut voor Vrouwelijke Kunstgeschiedenis, ontrafelt in deze Kunst Historische Salonlezing hoe deze mythen rondom het schildersatelier tot stand zijn gekomen. Ook zal zij ingaan op de verschillen tussen de mannelijke en vrouwelijke kunstenaars, en hun werkplaatsen, in de 19e eeuw. Aanvullend op deze lezing is nog tot 8 mei 2011 in Museum Het Valkhof te Nijmegen de prachtige tentoonstelling te zien: Mythen van het atelier.
17 mei 2011: Orde en Chaos - Lee Krasner & Jackson Pollock
door Karin Haanappel, kunsthistorica, docent en auteur
Alle oorspronkelijke scheppingsmythes starten met de Oermoeder die vanuit chaos creëert en orde schept, waardoor zij wordt vereerd als Goddelijke Moeder. Maar tijden veranderen en in het Vaderland wordt de Oermoeder vervangen door God de Vader en raakt God de Moeder in de vergetelheid. Dit heeft verstrekkende gevolgen tot in onze huidige tijd. We kennen onze vaderlandse geschiedenis goed maar de moederlandse zijn we kwijt geraakt. Bij het schrijven van de kunstgeschiedenis in de negentiende eeuw werd daardoor uitsluitend gekeken naar mannelijke kunstenaars. De positie van de vrouw was in het vaderland sterk gedaald, waardoor het fenomeen vrouwelijke kunstenaars in de ogen van de mannen bijna tot een onmogelijkheid hoorde. Maar de werkelijkheid is anders, kunst wordt immers gemaakt door mensen: mannen en vrouwen! Het is een creatief proces waarbij mannen en vrouwen elkaar enorm kunnen inspireren. Er kan een 'kunstbestuiving' plaatsvinden als zij vanuit wederzijdse passie en liefde creëren. Helaas vertelt de kunstgeschiedenis dat doorgaans de mannen met de eer strijken.
Het kunstenaarspaar Lee Krasner en Jackson Pollock is een goed voorbeeld van dit traditionele mensbeeld. In 1941 werd de kunstenares Lee Krasner uitgenodigd om deel te nemen aan een groepstentoonstelling. Op Jackson Pollock na behoorden alle Amerikaanse kunstenaars tot de vriendenkring van Krasner. Dat maakte haar nieuwsgierig naar de onbekende Pollock en zij bracht een bezoek aan zijn atelier. Zijn vorm van abstract expressionisme maakte een diepe indruk op haar en ze raakten bevriend. Krasner’s contacten in de New Yorkse kunstwereld en haar grote kennis van de moderne kunst uit Europa waren voor Pollock een enorme verrijking. Ze besloten vanwege hun gedeelde passie voor de kunst en liefde voor elkaar te trouwen. In deze tijd werkten ze intensief samen, wat er helaas toch toe geleid heeft dat het werk van Krasner in de schaduw is komen te staan van het werk van haar man Pollock. Immers, Jackson Pollock is als ‘Jack the Dripper’ een icoon van de naoorlogse schilderkunst geworden. Daarentegen zijn er maar weinig mensen bekend met de naam en het werk van Lee Krasner. Deze lezing wil orde scheppen in de chaos van het abstract expressionisme, maar bovenal benadrukken dat Pollock zonder Krasner geen beroemdheid zou zijn geworden!